Ook in de groene technologie doet China zich nadrukkelijk gelden. Waren vijf
jaar geleden Europese en Japanse fabrikanten nog goed voor 80 procent van de
mondiale fabricage van zonnecellen, in 2009 kwam de helft van de productie
uit China en Taiwan.

Bij de tien grootste makers van zonnepanelen zitten liefst vijf Chinese
bedrijven, aangevoerd door SunTech en Yingli Energy, blijkt uit een recent
rapport
van het Amerikaanse bureau GTM Research.

Paneelprijzen stonden afgelopen jaar vrijwel continu onder druk, mede door de
hoge productie in Azië, die voor overcapaciteit zorgde – de productie van
zonnepanelen klom in 2009 met liefst 41 procent.

Europese
consumentenprijzen
van zonnepanelen van 125 wattpiek en hoger zijn vanaf
oktober 2008 tot mei 2010 onafgebroken gedaald, aldus onderzoeksbureau
Solarbuzz.

Dure yuan
China’s dominantie als productiewerkplaats voor zonnecellen en -panelen neemt
toe. Maar dat doet de recente stijging
van de Chinese munt
met de prijzen van zonnepanelen?

Zaterdag 19 juni besloot China dat de yuan flexibeler mag bewegen ten opzichte
van de dollar, en tegenover de euro is de Chinese munt sinds november 2009
zo'n 20 procent duurder geworden.

Volgens financieel directeur Maarten Wellens van de Limburgse fabrikant
Solland Solar hebben de valutabewegingen per saldo echter een marginaal
effect op paneelprijzen. "De inkoopmarkt voor onderdelen van
zonnepanelen is een dollarmarkt, dus Chinese producenten kunnen hogere
productiekosten in yuans deels compenseren met goedkopere inkoopkosten in
dollars."

Solland Solar produceert zelf zonnecellen in Heerlen en maakt driekwart van de
kosten in euro's, aldus Wellens. "Bij de verkopen in Europa levert dat
voor Solland Solar wel enig voordeel op tegenover Chinese producenten, als
de yuan en de dollar duurder worden ten opzichte van de euro."

Panelen goedkoper
Maar per saldo merkt de Europese consument weinig van de valutaperikelen,
stelt ook directeur Jos van der Meer van Zon & Co, een
installatiebedrijf dat zonnepanelen van zowel Aziatische als Europese makers
afneemt. "Op korte termijn speelt vooral de beschikbaarheid van
panelen. Omdat er in Duitsland deze zomer een aanpassing komt van
subsidievoorwaarden voor zonnestroom, is er tijdelijk extra vraag naar
zonnepanelen. Samen met de aantrekkende markten in Engeland, Italië en
België zorgt dit ervoor dat de prijsdaling sinds een maand of twee is
afgevlakt."

Doordat paneelprijzen vergeleken met een jaar geleden nog altijd goedkoper
zijn, wordt de terugverdientijd voor consumenten wel korter. Van der Meer: "Als
je rekent met de subsidieprijzen van de Nederlandse SDE-regeling, kun je de
investeringskosten voor zonnestroom als particulier al binnen tien jaar
terugverdienen, terwijl dat zo'n vijftien jaar was."

Binnen vijf jaar concurrerend
Deze trend zal ook de komende jaren doorzetten, verwacht directeur Wellens
van Solland Solar. "Zonnepanelen worden steeds goedkoper. Dat is even
pijnlijk voor de industrie, maar cruciaal voor de consument en de toekomst
van zonne-energie. Ik verwacht dat zonnestroom binnen vijf jaar kan
concurreren met reguliere stroom."

Wellens vergelijkt de ontwikkeling met die van de halfgeleiderindustrie. "Je
ontkomt er niet aan dat het gros van de productie in Azië terecht komt.
Alleen als je unieke technologie hebt, zoals de Amerikaanse chipproducent
Intel, kun je je productiefaciliteiten in westerse landen veroorloven.
Solland Solar wil dit bereiken met de nieuwe SunWeb-technologie, die wat
betreft de kwaliteit en de performance onderscheidend is en het verschil kan
maken met Aziatische producenten."

Lees ook:

Sterke yuan: wordt Made in China duurder?

Laptops worden flink duurder

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl